Catherine Labouré, patrones van de duivenliefhebbers

Catherina Zoé Labouré werd, als 9e in een gezin van 19 kinderen, geboren op 2 mei 1806 in Fain-les-Moustiers. Haar vader was boer en leefde in zware armoede. Wanneer Catherina 9 jaar is komt haar moeder te overlijden. Catherina vraagt de Heilige Maagd Maria na de begrafenis van haar moeder, of Maria op aarde voortaan de plaats van haar moeder wil innemen.

In de nacht van 18 op 19 juli 1830 verschijnt Maria voor de eerste keer aan Catherina. Op 27 november van datzelfde jaar had Catherina haar tweede ontmoeting met Maria en kreeg ze de opdracht om een medaille te laten slaan naar een bepaald model. In een derde verschijning had Maria zich zeer ontevreden getoond omdat de medaille nog niet was geslagen. Twee jaar na de verschijningen mocht de medaille geslagen worden. Het bijhorende gebed bij de medaille, beter gekend als de Wonderbaarlijke Medaille, kan je vinden door op de afbeelding van de medaille te klikken.

Op 31 december 1876 sterft de dan 71-jarige Catherina. Haar lichaam wordt 56 jaar na haar dood opgegraven. Pas dan is het proces van haar zaligverklaring in gang gezet. Tot verwondering van degene die haar opgegraven heeft, blijkt het lichaan nog geheel intact te zijn. Zelfs de kleur van haar ogen is nog zeer duidelijk zichtbaar. Op 28 mei 1933 wordt zij Zalig verklaard en pas op 27 juli 1947 door paus Pius XII heilig ! Door haar heiligverklaring werd zij de patrones van de duivenmelkers, omdat zij op jonge leeftijd de zorg had voor ongeveer 700 duiven. Evenals Bernadette Soubirous ligt Catherina opgebaard in een glazen kist.

Gedeeltelijk overgenomen uit een artikel op de website van de auteur Storm : http://mens-en-samenleving.infonu.nl/religie/662-maria-de-wonderbaarlijke-medaille.html en verder info via http://storm.infoteur.nl/specials/maria.html

DUIVENTORENS 

Duiventorens in de Middeleeuwen en Renaissance
Van oudsher hield men duiven omwille van hun smakelijk vlees en kostbare mest. Deze duivenkweek vormde, samen met ander veerwild, een belangrijk onderdeel van de voedselvoorziening voor de rijke tafels van de edellieden. Dit was zeker het geval in de winter, als er nauwelijks vers rund- en varkensvlees beschikbaar was.

Omdat de duiven zelf hun eten moesten zoeken in de omliggende weilanden en daardoor grote schade konden aanrichten, was het noodzakelijk het houden van duiven aan regels te binden. Het recht om duiven te houden werd vanaf de 13de eeuw gekoppeld aan de hoeveelheid land die men bezat. In dat geval was de kans op schade aan gewassen van derden minder groot. De grootgrondbezitters van de Middeleeuwen, kerk en adel, verwierven het recht van duivenslag. Daarmee mochten ze grote aantallen duiven houden en tillen of torens te bouwen. Zo werd het bezit van een duifhuis één van de heerlijke rechten.

Inrichting van een duiventoren
Een duiventoren is een rond, vierkant of meerhoekig gebouw met rondom doorlopend muurwerk dat vanaf de grond is opgetrokken. Zo’n toren kon meerdere functies hebben. De benedenverdieping kon dienst doen als schuur, stal of kippenren. Bovenaan bevinden zich aan de buitenkant aanvliegopeningen met aanvliegplankjes. Zo'n toren kon meerdere functies hebben.De benedenverdieping kon dienst doen als schuur, stal of kippenren. Bovenaan bevinden zich aan de buitenkant aanvliegopeningen met aanvliegplankjes.Binnenin de toren zijn nestgaten in het metselwerk uitgespaard voor de duiven.Een toren moest hoog zijn, rustig gelegen zijn en in de nabijheid van zuiver water. Men treft duiventorens nog aan op of rond kasteeldomeinen en op oude boerderijen die aan abdijen of kasteelheren toebehoorden. Ze komen voor in gebieden waar van oudsher akkerbouw werd bedreven. De oudste nog bestaande duiventoren (ca. 1590) in Nederland is die van Huis te Werve bij Rijswijk (Z-H).

IN BELGIE

"Het dorpsgezicht van het landelijkeVurste bij Gavere wordt beheerst door het oude uitgestrekte kasteeldomein Borgwal. De schitterend gerestaureerde duiventoren is meer dan de moeite waard om eens te bezoeken. Hij is de mooiste van Oost-Vlaanderen."

Met dank aan het gemeentebestuur van Gavere voor het ter beschikking stellen van de afbeelding

Hoeve de Groene Poorte te Koolkerke met duiventoren.Deze toren staat op het privé terrein van de hoeve. De foto is gemaakt dank zij de gastvrijheid van de bewoners.

Met dank aan Martine Matthys voor het ter beschikking stellen van de afbeelding

"De abdijhoeve, Marktstraat 1, te Oudenburg, met de toegangspoort (1671) herinnert aan de landbouwbedrijvigheid van de monniken in dit poldergebied. In de oostkant van het "De abdijhoeve, Marktstraat 1, Oudenburg met de toegangspoort (1671) herinnert aan de landbouwbedrijvigheid van de monniken in dit poldergebied. In de oostkant van het langsgebouw zit een gedenksteen met het schild van abt Jan-Maximiliaan d’Enghien (+1612), de vermoedelijke bouwheer van de hoeve. De binnenkoer heeft nog de eenvoudige duiventoren (15de eeuw)."

Met dank aan de dienst Dienst cultuur en sociale zaken van de Stad Oudenburg voor het ter beschikking stellen van de afbeelding

In een van de vele meanders van de Leie, tussen Deinze en Gent, ligt buiten de dorpskom van Bachte-Maria-Leerne, het cultuurhistorische domein 'OOIDONK', waarvan een zestiende-eeuws kasteel de centrale plaats inneemt. Zo te zien vinden we weinig terug van de 14de-eeuwse versterking die Ooidonk ooit was.

Wat dit kasteel met duiventoren onderscheidt van de meeste toegankelijke kastelen is ongetwijfeld het feit dat het voorbeeldig onderhouden wordt en dat het bovendien bewoond is en het decor vormt van een gezinsleven.

Met dank aan Jan Vermeulen, burgemeester van stad Deinze voor het ter beschikking stellen van de afbeelding :  http://www.ooidonk.be/ en http://www.deinze.be/

Het domein Zeven Torentjes in Assebroek (Brugge) heeft een bewogen geschiedenis achter de rug. De oudste sporen gaan terug naar de 13de eeuw, toen het een vrij goed was, met als naam Ter Leyen. In de 14de eeuw verkreeg het de naam 's Heer Boudewijnsburg, naar de toenmalige eigenaar Boudewijn De Vos. Deze eigenaar was een van de weinige heren die het recht hadden duiven te kweken. De achthoekige duiventoren werd speciaal voor de duivenkweek gebouwd. Aan de binnenzijde zijn de muren voorzien van 696 L-vormige nissen, waarin duiven kunnen nestelen. Elk van de acht torentjes bevat twee vliegopeningen die toegang verschaffen tot de centrale toren. Langs een ladder konden de duivenjongen uit de nesten worden geroofd.

De boerderijgebouwen en de toren stonden in de loop der eeuwen herhaaldelijk bloot aan vernieling en verval. Zo was het domein in de 15de eeuw een tijdlang een onguur schuiloord, bekend onder de naam Rabaudenburg. In de 18de eeuw was men even van plan de toren af te breken om de stenen te gebruiken voor het herstel van een vervallen schuur.

In de 19de eeuw kregen de hoeve en de toren de merkwaardige benaming 'De Zeven Torrekes'. Van de negen torens kunnen er vanop enige afstand inderdaad zeven gezien worden (centrale toren + zes hoektorentjes). In 1870 werden de sterk vervallen boerderijgebouwen en toren als monument. beschermd. De stad Brugge kocht het domein in 1972 aan en zorgde voor een grondige restauratie van het geheel. Tegenwoordig doet het domein dienst als kinderboerderij.


Tekst overgenomen van http://www.erf-goed.be/ Foto: Willy Vereenooghe 

IN FRANKRIJK

Met dank aan Peter De Wit voor de kaarten...

GEDICHTEN

Vluchteling

Kleine witte duif
vertel me wat je ziet
tijdens de lange vluchten
wanneer je drijvend op de wind
de weg naar ‘t nest zo feilloos vindt
langs blauwe of bewolkte luchten

Kleine witte duif
je hart is vol verdriet
ik lees de droefheid in je ogen
waar de onrust schemert; vaag
je vleugelslagen worden traag
het weten heeft je moe gevlogen

Kleine witte duif
de tochten worden je teveel
ik kan niets dan angstig vragen
of je de moed nog hebt te stijgen
om de vrede van je groene twijgen
achter alle bommen aan te dragen

‚Äč

14-01-2004

 

Met dank aan sacrajewa, voor het gebruik van haar gedicht 

Duif dood

 

een van mijn duiven vond ik dood

vanmorgen had zij ademnood

ik heb haar toen apart gezet

en er regelmatig op gelet

maar toen ik weer een keertje keek

zag ik haar liggen en wat bleek

ze had de strijd toch opgegeven

zo kwam er een einde aan haar leven

per post heb ik haar opgestuurd

naar een laboratorium in de buurt

want wat is nu de doodsoorzaak

wat te doen bij een ziekte uitbraak

misschien even kuren, preventief

dat hoor ik gauw via mail of brief

misschien is het een incident

ik ben zoiets ook niet gewend

mijn duiven zijn meestal gezond

alleen af en toe een paar gewond

of soms een duif met diarree

dus hopelijk valt het nu ook mee

ik maak me dus nog maar geen zorgen

en verder horen we het wel morgen

 

Peter

19-01-2005

 

Met dank aan Peter Vandelinden voor het gebruik van zijn gedicht

© 2016 by Tom Van Nieuwenhuyze